Daltononderwijs

 

Het Daltononderwijs is ontwikkeld door Helen Parkhurst (1887-1973) in het Amerikaanse plaatsje Dalton. De methode is ontstaan in de praktijk. Op een 'éénmans'-schooltje met ongeveer 40 zeer verschillende kinderen was het onmogelijk om klassikaal onderwijs te geven. Mevrouw Parkhurst ontwikkelde gaandeweg een 'nieuw' onderwijsconcept. Zij baseerde zich daarbij op drie hoofdbeginselen, te weten:

  • Vrijheid en verantwoordelijkheid
  • Zelfstandigheid
  •  Samenwerking

 

 

De didactische hulpmiddelen, waardoor deze drie beginselen gerealiseerd kunnen worden, zijn de taakbrieven vanaf eind groep 2 en het groepsplanbord.

  

 

 

 

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Vrijheid en verantwoordelijkheid gelden binnen het Daltononderwijs als voorwaarden voor de innerlijke ontplooiing van het kind. Het kind moet leren vrijheid te hanteren. Vrijheid is echter iets anders dan ongebondenheid. Een kind moet daarom ook leren de beperktheid van eigen mogelijkheden te aanvaarden. Daarom is het principe van vrijheid en verantwoordelijkheid in de Daltonschool zo belangrijk. Een kleuter van vier zal vrijheid anders ervaren dan een kind van twaalf. Zij moeten elk hun eigen ruimte krijgen om hun vorm van vrijheid te beleven en ook eigen kaders die aangeven tot waar de vrijheid zich uitstrekt. In de opgedragen taak die op de taakbrief is aangegeven vindt een kind vrijheid en verantwoordelijk-heid. De opdracht ligt vast. De vrije keuze ligt in het kiezen van de volgorde van de vakken, die in de taakbrief zijn opgenomen, in het al of niet samenwerken met medeleerlingen aan de taak en het kiezen van de werkplek. Hij of zij dient zich echter te houden aan de algemene afspraken. Deze hebben te maken met de orde, het gebruik van leer- en hulpmiddelen, het omgaan met elkaar en het afmaken van de taak.

Zelfstandigheid

Leren zelfstandig te zijn, is van groot belang voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen, voor het durven en kunnen inslaan van een eigen weg en het later op eigen benen kunnen staan. Met het bieden van ruimte voor individueel werk komt de school tegemoet aan spreiding in begaafdheid, rijpheid en belangstelling van de leerlingen, en ook aan de grote verschillen in tempo, intelligentie en concentratie. De school creëert gelegenheid tot zelfwerkzaamheid. Bij de individuele hulp die de leerling hierbij aan de leerkracht mag vragen, streven wij in de Daltonschool naar persoonlijk contact tussen leerling en leerkracht. Wanneer de leerkracht zijn of haar leerlingen goed kent is het mogelijk een takenpakket samen te stellen dat kinderen de kans geeft zelfstandig problemen op te lossen. Daardoor leren ze creatief denken en handelen. Hoe zelfstandiger een kind wordt, des te gemakkelijker het zal leren beredeneerde keuzes te maken.

Samenwerking

Samen dingen doen, samen aan iets werken, stimuleert de sociale ontwikkeling van kinderen; het bevordert met andere woorden de sociale vorming. Met onderlinge samenwerking onderscheidt de benadering van de Daltonschool zich van de opvatting van de traditionele klassikale school. De Uniaskoalle kiest er doelbewust voor om leerlingen ruimte te bieden hulp te zoeken bij elkaar. Samenwerking als tegenpool van competitie. De wijze van samenwerking is in hoge mate bepalend voor de sfeer in de klas. Leerlingen krijgen daarom bewust samenwerkingsopdrachten. Er zijn twee manieren van samenwerking: de kinderen kunnen samen werken, waarbij elke leerling overleggend en helpend, met zijn of haar eigen taak bezig is. Daarnaast werken kinderen in groepjes met elkaar samen om gezamenlijk te komen tot één resultaat (Maatjeswerk).

 

Voor meer informatie verwijzen we u naar www.dalton.nl